Masterclass 1

DE SCHILDKLIER (video nog niet beschikbaar)

Masterclass 1

DE SCHILDKLIER

In deze Masterclass maak je kennis met je schildklier. Hopelijk worden jij en je schildklier na deze masterclass, of in ieder geval na dit programma, (weer) beste vrienden.

In dit programma duiken we regelmatig de diepte van de theorie in. En soms wordt het daardoor een beetje technisch. Maar geen zorgen, je hoeft dit allemaal niet te onthouden. Het is gewoon handig als je bepaalde termen gaat herkennen. Zo kun je in de gesprekken met je arts(en) of tijdens je zoektocht op internet beter verbanden leggen.

Sommige mensen geven de voorkeur aan luisteren, de ander wil kennis juist al lezend tot zich nemen. Ik zal deze tekst dus ook in een video samenvatten. Kijk de video gerust vaker terug. Door herhaling blijft de theorie beter hangen, dus ga er lekker voor zitten…

INTRODUCTIE VAN DE SCHILDKLIER

De schildklier is een vlindervormig orgaan, dat zich onder in je hals bevindt. Deze hormoonklier produceert schildklierhormoon en wordt ook wel de motor van het menselijk lichaam genoemd. De schildklier is bij enorm veel processen betrokken, zoals:

  • spijsvertering;
  • vetverbranding;
  • regulering lichaamstemperatuur;
  • vochthuishouding;
  • lever detox;
  • herstellen en aanmaken van nieuwe cellen;
  • energiehuishouding.

Al deze processen kunnen alleen optimaal functioneren als er genoeg schildklierhormoon in je lichaam beschikbaar is. Bij een tekort aan dit hormoon lopen deze processen spaak, waardoor er klachten kunnen ontstaan zoals:

  • intense vermoeidheid en lusteloosheid;
  • gewichtstoename;
  • kouwelijkheid;
  • vergeetachtigheid, moeite met concentreren;
  • pijn in gewrichten;
  • neerslachtigheid, depressieve gevoelens;
  • haaruitval, droog en broos haar;
  • vocht vasthouden;
  • opgeblazen gevoel, verstoppingen;
  • laag libido.

Volgens de algemene omschrijving, zoals deze in de medische wereld wordt gebruikt, werkt jouw schildklier te traag. Je beschikt over te weinig schildklierhormoon. Dit wordt hypothyreoïdie genoemd. Een te snel werkende schildklier bestaat ook en heet
hyperthyreoïdie.

Ik vind de term trage schildklier misleidend. Waarom dit is zal ik later op terugkomen. Maar voordat we in het waarom van een trage schildklier duiken, beginnen we bij de basis. Hoe wordt schildklierhormoon aangemaakt en hoe weet jouw schildklier wanneer het extra
hormoon aan moet maken?

AANSTURING VAN DE SCHILDKLIER

Schildklierhormoon wordt aangemaakt in de schildklier. Dit doet de schildklier op aansturing van een gebied in de hersenen genaamd de hypothalamus. Dit kleine orgaan heeft een enorme verantwoordelijkheid. Het moet ervoor zorgen dat je lichaam onder alle omstandigheden in balans blijft. Dit wordt ook wel homeostase genoemd.

De hypothalamus ontvangt zijn informatie van je zenuwstelsel en van de samenstelling van je bloed. Bij de kleinste veranderingen in het evenwicht komt de hypothalamus in actie om de balans weer te herstellen. Zo zorgt hij bijvoorbeeld voor een hongersignaal als je bloedsuikerspiegel te laag dreigt te worden en stookt hij met meer schildklierhormoon je kacheltje op als je temperatuur te laag wordt. Op basis van alle signalen die gemeten worden, kan de hypothalamus jouw honger, dorst, slaap, seks, temperatuur en zelfs jouw emoties beïnvloeden. Een belangrijk en druk orgaantje dus.

 

En omdat schildklierhormoon bij veel processen betrokken is, zal de hypothalamus continue het bloed checken op de aanwezigheid van voldoende schildklierhormoon. Zodra de hoeveelheid schildklierhormoon in je bloed te laag wordt, stuurt hij een seintje naar zijn uitvoerder, de hypofyse. Het signaalstofje waarmee de hypothalamus de hypofyse opdracht geeft om de schildklier aan het werk te zetten heet TRH (Thyroid Releasing Hormone).

De hypofyse kun je zien als de uitvoerder die in opdracht van de aannemer (de hypothalamus) zijn bouwvakkers aanstuurt (de hormoonklieren).

Zodra de hypofyse TRH ontvangt weet hij dat het een opdracht uit moet sturen naar de schildklier om meer hormoon aan te gaan maken. Het opdracht signaal van de hypofyse heet TSH (Thyroid Stimulating Hormone). Deze ken je vast wel van je bloedonderzoeken.
Met de opdracht TSH in de hand zal de schildklier direct starten met de aanmaak van extra schildklierhormonen in de vormen T4 en T3. Een deel van de nieuwe T4 en T3 wordt opgeslagen als voorraadje in de schildkliercellen en de rest wordt afgegeven aan de bloedbaan.  Zodra de hypothalamus merkt dat er weer voldoende T4 in het bloed aanwezig is, zal het de aanmaak van TRH terugschroeven, waarop ook de hypofyse de aanmaak van TSH zal terugschroeven. Nu de schildklier geen opdracht meer krijgt zal het de productie van extra T4 en T3 afronden. Dit ingenieuze systeem wordt ook wel de negatieve feedbackloop genoemd.

Aan de hand van jouw periodieke bloedonderzoek kijkt je arts naar de signalen van je hypofyse (TSH) en de reactie van jouw schildklier hier op. (T4)

  • Is je TSH (te) hoog? Dan is er een tekort aan T4 in je bloed en moet je schildklier aan de bak.
  • Is je TSH (te) laag? Dan is er (meer dan) genoeg T4 aanwezig in je bloed.
SCHILDKLIERHORMONEN

Voor het maken van schildklierhormoon zijn diverse grondstoffen nodig. Bij aanwezigheid van voldoende jodium, het aminozuur tyrosine, selenium, zink, koper, mangaan en de vitamines B, C en E kan de schildklier gaan bouwen aan de hormonen T4 en T3.

Tijdens dit bouwproces worden in de schildklierblaasjes jodiumatomen met behulp een enzym genaamd thyreoperoxidase (TPO) gekoppeld aan een eiwit genaamd thyreoglobuline (Tg). Indien er vier jodiumatomen worden gekoppeld ontstaat T4. En als er drie jodiumatomen worden gekoppeld aan TG dan ontstaat T3. Een klein deel van deze T3 en T4 wordt in de schildklierblaasjes opgeslagen als voorraad. De rest wordt afgegeven aan het bloed, waar het zich met het transporteiwit TBG (Thyroxine Bindend Globuline) door het bloed verplaatst.

Je kunt deze transporteiwitten vergelijken met taxi’s die de hormonen via het bloed naar de plek van bestemming varen. Een hormoon aan boord van een taxi noemen we gebonden en hormonen die door de taxi op de plek van bestemming zijn afgezet en aan het werk kunnen, noemen we vrij. Je hebt het dan over vrije T4 en vrije T3. 

Wat is het verschil tussen T4 en T3?

Je maakt vooral T4 aan (90%) en helaas maar een beetje T3 (10%). En ik zeg expres “helaas” omdat T4 nog niet bruikbaar is. In je lichaam moet T4 eerst nog worden omgezet in de actieve en bruikbare vorm T3. T3 is dus het actieve hormoon, dat in de cellen van je lichaam een schakelaar omzet, waardoor al die eerdergenoemde processen kunnen opstarten. Alleen met voldoende vrije T3 in de cel kunnen jouw cellen en organen optimaal functioneren. Alleen dan is groei, reparatie, spijsvertering, concentratie en goede energie-aanmaak mogelijk.

Deze omzetting van T4 naar T3 gebeurt vooral in de lever (60%) en in de darmen (20%). En om van T4 naar T3 te komen moet er één jodiummolecuul van T4 worden afgeknipt. De schaar die hiervoor gebruikt wordt heeft dejodase.

In de tekening hierboven zie je dat het jodiummolecuul linksonder van T4 is afgeknipt. Dit maakt van een inactief T4 hormoon en actief T3 hormoon.

Soms zijn er omstandigheden in het lichaam waarop je lever bepaalt, dat niet de jodiummolecuul linksonder wordt afgeknipt, maar de jodiummolecuul rechtsonder. Hierdoor ontstaat een T3 hormoon dat erg lijkt op de andere T3 hormonen, maar met tegengestelde werking. Deze Reversed T3 (rT3) zet een lichaamscel niet in een energie-aanmaakstand, maar juist in een energie-bespaarstand. Je leert rT3 later beter kennen.

Samenvattend kunnen we dus zeggen:

  1. Je hersenen sturen je schildklier aan.
  2. Je schildklier maakt met behulp van diverse grondstoffen de hormonen T4 en T3 aan.
  3. T4 moet vervolgens in je lever en darmen omgezet worden in de actieve en bruikbare vorm T3 of rT3. Hierbij moet je onthouden dat T3 de energie gevende variant is en rT3 de energiebesparende variant is.
  4. Met behulp van transporteiwitten reizen de gebonden hormonen naar de cellen, waar zij worden afgezet. Zij zijn dan vrij om ingezet te worden.
  5. Via de T3 receptoren gaan de hormonen de cel binnen om processen te activeren.

So far so good. Een overzichtelijk verhaal denk ik. Maar dit overzichtelijke verhaal is wat foutgevoelig. En met foutgevoelig bedoel ik dat er op meerder plaatsen in de keten “fouten” kunnen ontstaan, waardoor er uiteindelijk een tekort aan T3 in de cel kan ontstaan.

Wat kan er allemaal misgaan?

Je weet nu dat er een vijftal stappen te onderscheiden zijn in het proces van aanmaak tot bruikbaarheid van schildklierhormoon. Bij al deze stappen kunnen er dingen niet soepel of zelfs fout lopen, waardoor jij een tekort aan schildklierhormoon oploopt. Laten we alle vijf de stappen eens nader bekijken.

Aansturing hersenen gaat mis:

Bij de geboorte kunnen er afwijkingen gevonden worden waardoor de aansturing vanuit de hypothalamus en de hypofyse niet goed verloopt. De schildklier krijgt dan geen duidelijke signalen door om extra hormoon aan te maken. Door hoofdletsel of tumoren kan ook op een later moment in het leven deze aansturing haperen of stoppen.

Aanmaak schildklierhormoon loopt spaak:

Bij de geboorte kan blijken dat de schildklier niet of niet volledig is aangelegd, waardoor er de aanmaak van schildklierhormoon onmogelijk is. Ook kan er sprake zijn van een tekort aan grondstoffen waarmee de schildklier zijn hormonen kan maken. Denk hierbij aan een tekort aan jodium, ijzer, tyrosine, vitamine B12 en vitamine C. Ook kan door de auto-immuunziekte Hashimoto een tekort ontstaan aan TPO en TG. (Hierover later meer).

Omzetting T4 naar T3 gaat niet goed:

De omzetting van T4 naar het actieve T3 gebeurt vooral in de lever (60%) en in de darmen (20%). Het enzym dejodase (de schaar die één jodiummolecuul van T4 afknipt) wordt gemaakt door de bacteriën in de darm en heeft bij zijn knipbeweging selenium, zink en ijzer nodig. Een tekort aan selenium, zink en ijzer, darmproblemen en een overwerkte lever kunnen voor een tekort aan T3 zorgen.

Aantal transporteiwitten wordt te hoog:

T4 en T3 verplaatsing zich met het transporteiwit TBG door je lichaam. Slechts 0,5 % van jouw T4 en T3 zijn vrij om de cellen in te gaan; de rest is gebonden aan transporteiwitten. Oestrogeen vormt de bouwstof voor TBG. Bij een overschot aan oestrogeen (door slechte leverwerking, gebruik van de pil of een zwangerschap) wordt er meer TBG aangemaakt, waardoor het % vrije T4 en vrije T3 verder zal dalen.

Gevoeligheid T3 receptoren neemt af:

Iedere lichaamscel heeft een celwand genaamd de celmembraan. Deze celmembraan is lekker flexibel en zit vol met sloten genaamd receptoren. Elk eiwit, hormoon of signaalstofje kan alleen via zijn eigen receptor de cel in kan. Omega 3 is onmisbaar om die celmembraan lekker soepel te houden en om de T3 receptor goed te laten functioneren is voldoende Vitamine A, D en zink nodig. Sloten kunnen door tekorten stroef worden of in geval van ontstekingen zelfs helemaal uit de celmembraan verwijderd worden.

waarom de naam trage schildklier misleidend is

Artsen controleren je schildklierfunctie op basis van het aansturingsmechanisme van de hersenen. Er wordt gemeten wat het signaal van de hypofyse is en of er voldoende vrije T4 in je bloed aanwezig is. Wijkt de TSH waarde gedurende meerdere metingen af en is er sprake van een te lage FT4 waarde, dan zal schildkliermedicatie worden opgestart om tekorten aan FT4 aan te vullen. Er is dan sprake van hypothyreoïdie, een onderfunctie van de schildklier, dat ook wel trage schildklier wordt genoemd.

Maar zoals je nu weet kan er veel meer misgaan. En is het slikken van aanvullende medicatie zeker geen garantie voor een klachtenvrij bestaan. Helaas wordt in het reguliere circuit niet verder gezocht. Gelukkig doen we dat hier wel.

Ik las laatst deze toepasselijke vergelijking:

“Als het rode icoontje voor de motor op je dashboard oplicht, ga je dan op onderzoek uit wat er mis is of verwijder je gewoon het rode lampje?”

Met het Hashimoto Blueprint programma ga jij op onderzoek uit. Net zolang tot het rode lampje uitgaat.

VRAGEN

vera@hashimoto.nl