Module 5

VOEDING

Als je ziek bent, ga je naar de huisarts. Om vervolgens thuis te komen met een recept voor medicijnen in plaats van een boodschappenlijstje. En dat is jammer! Want zoals de Griekse arts Hippocrates in het jaar 400 voor Christus al verkondigde: “Laat voeding je medicijn zijn en je medicijn je voeding.”

In iedere cel van ons lichaam vinden allerlei biochemische processen plaats. Voor al deze processen en het onderhoud van ons lichaam zijn we afhankelijk van de juiste bouw- en brandstoffen. En laten we deze nu uit onze voeding halen.

Als jagers en verzamelaars in de oertijd aten we heel gevarieerd. Koolhydraten in de vorm van groenten, fruit en knollen. Eiwitten en gezonde vetten uit vis, vlees, noten, zaden en eieren. Al deze voedingsmiddelen waren puur natuur en gaven ons alle voedingsstoffen die ons lichaam nodig had.

Onze genen zijn nog steeds ingesteld op deze manier van leven. Veel voedingsmiddelen die nu in de winkel liggen, herkent ons lichaam niet als voeding. Zaken als conserveermiddelen, pesticiden, E-nummers en fructose bestonden vroeger niet. En voedsel dat niet als voedsel door onze darmen wordt herkend, wordt als inbreker beschouwd en wordt door ons immuunsysteem uitgeschakeld.

Om ons lichaam goed te onderhouden, moeten we dus voeding eten waar ons lichaam iets aan heeft en iets mee kan. Klinkt logisch en simpel, maar waar begin je? Online is veel informatie te vinden over gezonde voeding. Als je een beetje goed zoekt, vind je zelfs Hashimoto-proof protocollen en andere mooie diëten van diverse goeroes die je remissie beloven van de meest uiteenlopende ziektes.

Maar helaas, zo werkt het niet. Er bestaat geen standaard plan voor iedereen. Of een standaard dieet voor Hashimoto-patiënten. Wat voor jouw immuunsysteem prikkelend is, hoeft voor mij geen problemen op te leveren. En wat voor mij ondersteunend is, kan bij jou juist weer protest van je darmen opleveren. Een gezond dieet is dus heel persoonlijk.

Van een aantal voedingsstoffen is bekend dat zij bij veruit de meeste Hashimoto-patiënten een negatieve impact hebben. Deze voedingsstoffen zullen we natuurlijk uitgebreid bespreken.

Let’s go. Dit is een grote module, dus neem je tijd.

Liever lezen van papier? Print dan hier Module 5 uit. 

“LET FOOD BE THY MEDICINE AND THY MEDICINE BE THY FOOD.”

HIPPOCRATES

5.1. Het belang van goede voeding

Je wordt tegenwoordig gebombardeerd met goedbedoelde voedingsadviezen. Zo roept het Voedingscentrum op om naast voldoende groente en fruit ook enkele porties zuivel per dag te eten en te kiezen voor volkoren producten. Anderen adviseren juist weer glutenvrij te eten en de zuivel te laten staan. Om gek van te worden. Wie heeft nu gelijk?

Beiden kampen hebben een punt. Helaas is er niet één voedingsadvies dat geschikt is voor iedereen. Wat voor de één een gezond voedingspatroon is, is voor de ander juist olie op het vuur van het immuunsysteem. Met gezonde darmen en een efficiënt werkend immuunsysteem kun je nu eenmaal makkelijker voedingsstoffen opnemen dan met een lekkende darm of wanneer je last hebt van voedselintoleranties.

Naast het feit dat eten gewoon erg lekker kan zijn, is eten ook noodzakelijk. Onze voeding levert ons alles wat we nodig hebben om ons lichaam te onderhouden, te voeden en gezond te houden.

We weten denk ik allemaal dat koolhydraten ons energie geven en dat eiwitten ons van aminozuren voorzien. Maar wist je bijvoorbeeld ook dat:

  • je voldoende vetten nodig hebt om je celmembranen, de wanden van je cellen, soepel te houden, zodat voedingsstoffen en T3 de cellen in kunnen?
  • je zonder bepaalde mineralen zoals jodium, magnesium, zink, selenium en ijzer geen T4 kunt aanmaken of omzetten in T3? Een tekort aan zink zorgt er bovendien voor dat T4 omgezet wordt in rT3. Selenium is voor ons dus heel belangrijk.
  • je voldoende Omega3 vetzuren, vitamine A en vitamine D nodig hebt om een ontstekingsreactie van het immuunsysteem af te ronden?

In deze module duiken we dieper in op alle schadelijke en juist ondersteunende voedingsmiddelen. 

De hoofdrolspelers van voeding
Maar eerst is het tijd voor een korte introductie van een aantal hoofdrolspelers.

  • Koolhydraten;
    Koolhydraten leveren ons brandstof. Tijdens de spijsvertering worden koolhydraten afgebroken tot kleine glucosemoleculen, die vervolgens mbv insuline de cellen in wordt gebracht, waar het door de cellen gebruikt wordt om energie van te maken. Zonder koolhydraten geen energie!
  • Eiwitten;
    Eiwitten leveren ons bouwstoffen. Tijdens de spijsvertering worden eiwitten afgebroken tot losse aminozuren, die vervolgens in onze cellen worden gebruikt om nieuwe eiwitten van te bouwen. Zonder eiwitten geen cel reparatie en geen aanmaak van enzymen, hormonen en nieuwe cellen!
  • Vetten;
    Vetten leveren ons bouwstoffen én hulpstoffen. Tijdens de spijsvertering worden vetten afgebroken in vetzuren. Deze vetzuren worden vervolgens gebruikt als bouwsteen voor onze celmembranen, als isolatiemateriaal en als transportmiddel voor bijvoorbeeld vitamines.
  • Vitamines;
    De naam vitamine komt van het woord ‘vitae’ (leven). En dat is niet voor niets! Vitamines zijn bij veel belangrijke processen in het lichaam betrokken en vormen onder andere de bouwstenen van hormonen. Zo zijn de vitamines B, C en E nodig voor de aanmaak van schildklierhormoon en zijn de B-vitamines onmisbaar in de aanmaak van energie in je cellen. Zonder deze vitamines geen energie.
  • Mineralen;
    Mineralen zijn net als vitamines betrokken bij veel processen in ons lichaam. Belangrijke mineralen voor de werking van de schildklier zijn selenium, zink, jodium, magnesium en ijzer. Tekorten van deze mineralen kunnen tot ernstige klachten leiden.
  • Vezels;
    Voedingsvezels zijn bepaalde koolhydraten die in de dunne darm niet kunnen worden verteerd. Deze vezels zijn onmisbaar, omdat zij de voeding vormen voor je goede bacteriën, helpen bij de voortstuwing van je darminhoud en zorgen voor het absorberen van water en gal en de afvoer van zware metalen.

Al deze elementen zijn nodig voor een goede gezondheid. Omdat niet al deze voedingsstoffen in alle voedingsmiddelen zitten, is een gevarieerd dieet belangrijk. Zo krijg je zoveel mogelijk van de diverse voedingsstoffen binnen. Natuurlijk hebben biologische producten de voorkeur boven fabriekseten, maar ik denk dat dat geen nadere uitleg behoeft.

5.2. Eten, verteren én opnemen

“Je bent niet wat je eet, maar wat je verteert en opneemt.” Met deze opmerking werden mijn ogen tijdens een van de vele opleidingen geopend. Je kunt nog zoveel groente en fruit eten, maar als je spijsvertering niet goed werkt, kun je de vitamines niet opnemen en kun je alsnog voedingstekorten oplopen, waardoor er klachten ontstaan. Bovendien is een slechte spijsvertering een bron voor wildgroei aan de verkeerde darmflora, ontstekingen en een lekkende darm.

 In Masterclass 3 en in het werkboek van module 1 hebben we al stilgestaan bij het verbeteren van de spijsvertering. Heb jij het gevoel dat er bij jou nog iets verbeteren kan? Lees dan onderstaande info gewoon nóg een keer.

spijsvertering

Spijsvertering is het traject dat je voedsel aflegt van mond tot kont. Gedurende dit traject worden voedingsmiddelen steeds iets kleiner opgeknipt, totdat er losse moleculen over zijn, die gemakkelijk door de darmwand opgenomen en afgegeven kunnen worden aan je bloedbaan. Vanuit het bloed worden de moleculen getransporteerd naar de cellen, waar ze nodig zijn om te fungeren als brandstof, bouwstof of hulpstof.

Mond

In de mond wordt je eten geproefd, gekauwd en gemalen. De enzymen in je speeksel zorgen voor de eerste afbraak van het voedsel. Met name koolhydraten worden hier direct bewerkt en kleiner gemaakt. Door te kauwen, wordt er geregistreerd wat er in de mond aanwezig is. Je speeksel wordt hierop aangepast. Door voedsel te ruiken, zien en proeven, gaat er een signaaltje naar de maag. Die gaat dan direct aan de slag met de productie van maagsap.

TIP: Het verteren van voedsel begint al in de mond. Het is dus goed om altijd te kauwen. Eet bijvoorbeeld ook een groene smoothie met een lepel en kauw erop. Als je een smoothie door een rietje drinkt, gaat het zonder de eerste stap van vertering direct naar de maag.

Maag

Na het doorslikken, zakt de smeuïge emulsie via de slokdarm in enkele seconden naar je maag, waar de spijsbrij gekneed en fijngemalen wordt. Met behulp van maagsap wordt de maaginhoud verder verteerd, met name eiwitrijk voedsel, en worden eventuele aanwezige bacteriën gedood.

De maagwand maakt tegelijk ook Intrinsieke Factor aan. Dit is een transporteiwit, waar later in de dunne darm vitamine B12 aan wordt gekoppeld. Zonder Intrinsieke Factor kan B12 niet worden opgenomen in het bloed.

Het is belangrijk dat de maag over voldoende maagzuur beschikt. Met een tekort aan maagzuur heb je minder eiwitvertering, waardoor je belangrijke aminozuren misloopt. Bovendien worden niet alle bacteriën gedood en is de kans op een infectie met de maagbacterie Helicobacter Pylori groter. Veel Hashimoto-patiënten hebben deze bacterie. Heb jij vaak last van je maag, laat je dan testen. Via je huisarts of doe het zelf via bloedwaardentest.nl.

Door dit tekort aan maagzuur kunnen de eiwitten niet goed afgebroken worden, waardoor de maaginhoud gaat gisten, wat een borrelende maaginhoud veroorzaakt. Door dit gisten en borrelen wordt een deel van de maaginhoud weer richting slokdarm geduwd, waardoor het lijkt alsof je brandend maagzuur hebt, terwijl je in werkelijkheid juist een tekort aan maagzuur hebt! Bijzonder toch?

Veel Hashimoto-patiënten hebben juist een tekort aan maagzuur. Neem dus niet zomaar maagzuurremmers of Rennie, maar probeer eens voor het eten iets zuurs te nemen zoals citroensap of een scheutje appelazijn. Je helpt je maag hiermee alvast de productie van meer maagzuur op te starten. Vitakruid verkoopt bovendien een testsetje Betaïne HCL, waarmee je dit fenomeen voor een paar euro kunt testen. Weet je het gelijk!

Als je na gebruik hiervan na de maaltijd geen last van brandend maagzuur hebt, dan kun je concluderen dat je juist een tekort aan maagzuur had. Je kunt dan bij de maaltijd het supplement Betaïne HCL innemen. Dit helpt direct bij de vertering van je voedsel in de maag!

Dunne darm

De maagbrij wordt vervolgens in kleine hoeveelheden tegelijk doorgegeven aan de dunne darm. De alvleesklier voegt hier verteringsenzymen en een sap voor neutralisering van de zuurtegraad toe. Vanuit de galblaas wordt er ook gal toegevoegd, wat helpt bij het afbreken en opnemen van vetten.

Met behulp van deze enzymen, gal en de vele bacteriën (darmflora) die in de darm wonen, wordt de overgebleven brij verder voortgestuwd en afgebroken. Als de moleculen klein genoeg zijn, worden ze door de darmvlokken in de darmwand opgenomen en afgegeven aan de bloedbaan.

Lever

De leverpoortader transporteert dit voedingsrijke bloed rechtstreeks naar de lever. De lever gaat vervolgens met de inhoud aan de slag en gebruikt de bouwstenen om nieuwe vetzuren of eiwitten te vormen. Ook slaat de lever kleine hoeveelheden glucose, vetten, aminozuren, vitamines en mineralen op, om ze los te laten wanneer je lichaam dit nodig heeft. Het grootste deel wordt echter direct vrijgegeven aan de bloedvaten, zodat de cellen in je lichaam ze direct kunnen gebruiken.

De belangrijkste taak van de lever is het ontgiften en reinigen van het aangevoerde bloed. Naast de voedingsstoffen kunnen er schadelijke stoffen in je bloed achterblijven, bijvoorbeeld na het drinken van alcohol en het slikken van medicatie. Na het onschadelijk maken van deze stoffen, worden ze via de galvloeistof en de nieren afgevoerd.

Een andere belangrijke taak van de lever is de omzetting van T4 naar T3. Als de lever een hoop achterstallig onderhoud heeft, kan het zijn dat de omzetting van hormonen moet wachten. Een efficiënt werkende lever is dus van vitaal belang!

Dikke darm

Het gedeelte van het voedsel, dat overblijft in de dunne darm reist verder naar de dikke darm, waar het verder indikt en als ontlasting je lichaam verlaat.

Voedselallergieën en voedselintoleranties

We hebben eiwitten nodig. De aminozuren, waaruit eiwitten zijn opgebouwd, leveren ons de bouwstoffen die we nodig hebben om gezond te blijven. Toch kunnen we niet alle eiwitten verteren en opnemen, waardoor klachten kunnen ontstaan. Dit is bijvoorbeeld het geval als we een allergie tegen een eiwit ontwikkelen of een intolerantie. Maar wat is het verschil tussen die twee?

Voedselallergie

Bij sommige mensen reageert het afweersysteem heftig op bepaalde eiwitten: er ontstaat een allergische reactie. De eiwitten die een reactie veroorzaken, worden allergenen genoemd. Zo kan pinda-eiwit een allergeen zijn. Als iemand met een pinda-allergie pinda-eiwit binnenkrijgt, gaat het afweersysteem de strijd aan met die eiwitten. Bij sommigen is een heel klein beetje al genoeg voor een reactie. Het lichaam maakt dan antistoffen (IgE) aan en er komt histamine vrij. Histamine zorgt voor allergische klachten.

Deze allergische klachten kunnen op verschillende plaatsen opduiken. Bijvoorbeeld via je huid (roodheid, bulten, jeuk of eczeem), via je ogen (jeuk of tranen), via de luchtwegen (verstopte neus, niezen, benauwdheid of piepende ademhaling) of je maag-darmkanaal (misselijkheid, buikpijn, diarree of overgeven). In sommige gevallen is een allergische reactie levensbedreigend.

Voedselintolerantie

Een intolerantie is een niet-allergische reactie op voeding. Een intolerantie kan ontstaan door een tekort aan een bepaald enzym, waardoor een bepaald eiwit niet goed kan worden afgebroken en verteerd. Een goed voorbeeld van een intolerantie is een lactose-intolerantie. Hierbij maakt iemand te weinig lactase aan, het enzym dat voor de vertering van melksuiker zorgt. Hierdoor wordt niet alle lactose verteerd, wat klachten geeft als winderigheid, diarree en buikpijn. 

Deze onvolledig verteerde eiwitten kunnen vervolgens schade toebrengen aan de darmwand of voedsel vormen voor de verkeerde darmbacteriën, waardoor je darmflora uit balans raakt.

In de meeste gevallen is het duidelijk wanneer je een voedselallergie hebt. Of je een voedselintolerantie hebt, is vaak minder duidelijk. Dit is ook niet altijd meetbaar in je bloed. Bij klachten of een overactief immuunsysteem is het daarom belangrijk voor jezelf uit te testen of je voedselintoleranties hebt waar je je niet bewust van bent.

In dit programma maak je kennis met een aantal veel voorkomende voedselintoleranties bij mensen met Hashimoto. Heb je geen zin of tijd om proefondervindelijk uit te zoeken of en waar jij een intolerantie voor ontwikkeld hebt, kies dan voor een kant en klare test. Een goede en betaalbare test vind je bij bloedwaardentest.nl.

5.3. Schadelijke voeding bij Hashimoto

Goede gezonde voeding doet wonderen voor je gezondheid, mits je deze voeding ook kunt verteren en op kunt nemen. In deze module leer je een aantal voedingsmiddelen kennen die voor mensen met Hashimoto vaker dan gemiddeld problemen opleveren. We kunnen ze niet goed verteren en opnemen of ze veroorzaken schade in onze darmen, waardoor we het immuunsysteem onnodig activeren.

Omdat deze voedingsmiddelen geen allergische reactie veroorzaken, is het lastig de problemen goed op te merken. Alleen door een test of door het tijdelijk schrappen van deze voedingsmiddelen kunnen we merken dat er een probleem is.

Binnen dit programma ga jij de komende weken, als je wilt, een paar voedingsmiddelen schrappen. Zodat je voor jezelf kunt ondervinden of aanpassing van je voedingspatroon je pad naar een fitter leven kan ondersteunen.

Om het behapbaar te houden, concentreren we ons in dit programma op een klein aantal voedingsmiddelen. Dit zijn gluten, zuivel, soja, suiker en alcohol.

 Het is mijn ervaring dat ik een nieuwe koers makkelijker volhoud als ik het waarom erachter begrijp. Daarom besteden we relatief veel tijd aan de redenen waarom we juist deze vijf voedingsmiddelen (tijdelijk) schrappen.

gluten

Gluten (Latijnse naam voor lijm) is de naam van een groep eiwitten die wordt aangetroffen in de granen tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut. Twee belangrijke eiwitten binnen gluten zijn glutenine en gliadine.

Er zijn veel mensen die niet goed reageren op het eten van gluten. Deze reacties kunnen we onderverdelen in drie categorieën:

  • Tarweallergie
  • Coeliakie
  • Glutensensitiviteit

Tarweallergie: mensen met een tarweallergie krijgen een allergische reactie na het eten van alle producten met tarwe erin. Klachten zijn jeuk, een verstopte neus of buikklachten.

Coeliakie (= glutenintolerantie): bij deze auto-immuunziekte zorgen gluten voor een beschadiging van de dunne darm. Het lichaam heeft antistoffen tegen het eiwit gliadine aangemaakt.

Glutensensitiviteit: bij deze 3e categorie is er geen sprake van tarweallergie of coeliakie, maar zijn er wel klachten na het eten van gluten. Denk aan een opgezette buik, concentratieproblemen, vermoeidheid, winderigheid of slappe spieren.

Tot deze laatste groep behoort het merendeel van de mensen met een auto-immuunziekte, zoals ook Hashimoto. De medische wereld is er nog niet over uit, maar steeds meer wetenschappelijke onderzoeken lijken de oorzaak achterhaald te hebben. Met het eten van gluten, lijkt er een aantal dingen te gebeuren:

  •  Het openen en sluiten van de poortjes (tight junctions) tussen de darmwandcellen (enterocyten) wordt aangestuurd door een eiwit genaamd zonuline. Gluten bevorderen de aanmaak van zonuline, waardoor er meer poortjes opengezet worden dan nodig is. Hierdoor kunnen schadelijke stoffen of te grote voedselmoleculen de darmwand passeren.
  • Gluten lijken ook een manier gevonden te hebben waarop zij de enterocyten zelf voor de gek houden, zodat ze toch doorgelaten worden. Bij dit proces beschadigen zij de enterocyten en ontstaan er gaten in de darmwand.
  • De eiwitcode van gluten (de specifieke combinatie geschakelde aminozuren) lijkt op de code van veel lichaamseigen weefsels, waaronder ook thyreoperoxidase (TPO). Dit herkennen van een verkeerd stukje code noemen we een kruisreactie. In dit geval is er dus sprake van een kruisreactie tussen gluten en onderdelen van de schildklier.

Gluten zitten tegenwoordig in bijna alle producten. Naast de bekende brood- en pastaproducten zitten gluten ook in bijna alle kant-en-klaar producten, koekjes, gebak, sausjes, pakjes, zakjes, bier en zelfs in vleeswaren voor op brood. Kijk maar eens op de etiketten van de producten in je koelkast en in je keukenkastjes.

Om je weer fit en energiek te voelen, moeten we de aanvallen op onze schildklier stoppen en onze darmen weer helen. Dit lijkt niet te lukken als we gluten eten.

Elke keer als wij gluten eten, veroorzaken we een ontstekingsreactie en maken we antistoffen tegen gluten aan, maar door de kruisreactie óók extra anti TPO. Deze ontstekingsreactie kan tot 6 maanden aanhouden.

Als je wil onderzoeken of jij glutensensitief ben dan moet je dit voor de volle 100% doen. Een beetje glutenvrij bestaat dan niet. Het is een behoorlijke stap, maar met bijzonder goede resultaten. Voor veel Hashimoto-patiënten is glutenvrij eten dé weg naar een leven zonder restklachten.

In dit programma maak je kennis met glutenvrij eten. Probeer het 30 tot 60 dagen uit en voel aan je darmen, je energie en je gewicht wat glutenvrij eten voor je kan doen. Daarna kun je gluten weer langzaam herintroduceren als je wil. Je voelt dan direct of dit al kan of nog niet.

zuivel

We zijn allemaal opgegroeid met de slogan ‘Melk is goed voor elk’.  Helaas is dit niet het geval. Er zijn mensen die niet goed reageren op het eten en drinken van zuivelproducten. Deze reacties kunnen we onderverdelen in twee categorieën:

Koemelkallergie:

mensen met een koemelkallergie krijgen een allergische reactie op het eiwit caseïne. Gevolgen zijn maag- en darmklachten, huidklachten en problemen met de luchtwegen. De caseïne in de melk van geiten en schapen is net iets anders, waardoor mensen met een koemelkallergie wel goed kunnen reageren op melk, yoghurt en kaas van geiten en schapen.

Lactose-intolerantie:

mensen met een lactose-intolerantie kunnen het melksuiker lactose niet goed verteren, omdat ze over te weinig verteringsenzym lactase beschikken. Klachten zijn buikpijn, kramp, winderigheid en misselijkheid. De lactose in geiten- en schapenmelk is overigens dezelfde, waardoor producten van deze dieren bij mensen met een lactose-intolerantie dezelfde klachten geven.

Zuivel en dan specifiek het eiwit caseïne lijkt in eiwitcode erg veel op gluten en daarmee ook op TPO. Het kan dus goed zijn dat als je zuivel eet (inclusief de lactosevrije producten) je anti-TPO toch weer in actie komt.

In dit programma schrappen we vier weken lang alle zuivel, inclusief lactosevrije producten. Na deze weken kun je dan voorzichtig schapen- en geitenzuivel herintroduceren. Als dit geen klachten geeft, kun je koemelk introduceren. Je zult het direct merken als je lichaam reageert. Waardevolle informatie!

geraffineerde suiker

Geraffineerde suikers zijn suikers die in de fabriek tijdens een zuiveringsproces ontdaan zijn van verschillende stoffen, tot er uiteindelijk witte suiker overblijft. Deze suikers worden in het lichaam vrijwel direct omgezet in glucose, waardoor de bloedsuikerspiegel snel stijgt.

Een flink schommelende bloedsuikerspiegel zorgt voor een overproductie aan insuline, gevolgd door een overproductie aan cortisol, met alle ellende en ontstekingen van dien. Het is daarom belangrijk de snelle suikers te schrappen en te vervangen door langzame suikers, oftewel langzame koolhydraten, die de bloedsuikerspiegel minimaal beïnvloeden. Je hebt hierover in module 4 al uitgebreid gelezen.

In de recepten van dit programma is rekening gehouden met de glycemische waarde van de voedingsmiddelen.

soja

Soja is afkomstig van de sojaboon, een peulvrucht met een hoog gehalte aan eiwitten en olie. Van de sojaboon worden sojaproducten zoals ketjap, tofu, tahoe, tempé en sojamelk gemaakt. Alhoewel soja boordevol goede eiwitten zit, is het eten van soja voor mensen met Hashimoto om een aantal redenen niet aan te raden.

  • Soja is een product waar veel mensen een intolerantie of sensitiviteit voor ontwikkeld hebben. Het eten van deze voedingsstoffen resulteert in een ontstekingsreactie van het immuunsysteem. En dat is precies wat we willen voorkomen.
  • Ongefermenteerde soja bevat veel fytinezuur, dat zich bindt aan belangrijke mineralen zoals zink, ijzer en calcium, waardoor deze niet kunnen worden opgenomen.
  • Soja bevat goitrines die de werking van de schildklier belemmeren, doordat ze de opname van zink, jodium en selenium remmen. Stoffen die nodig zijn voor de aanmaak en omzetting van schildklierhormoon.
  • Soja vermindert de opname van schildklierhormoon, zoals vermeld in de bijsluiter van je schildkliermedicatie. Het zou de hormonen versneld afbreken. Het kan dus goed zijn dat je je schildkliermedicatie moet verminderen nadat je soja schrapt uit je dieet. Breng je arts op de hoogte dat je de komende tijd geen soja nuttigt en dat je je bloedwaarden goed in de gaten wilt houden.

Kortom, genoeg redenen voor ons om de komende weken soja te schrappen.

Soja wordt, net als gluten, in veel producten verwerkt. Het is daarom verstandig om de ingrediënten op de etiketten te lezen. Zo voorkom je dat je onnodig soja of gluten binnenkrijgt. Als je toch voor soja kiest, kies dan alleen de gefermenteerde soja: tempé, miso en natto.

TIP: Het product Coconut Aminos is een sojavrije en glutenvrije sojasaus op basis van kokos, dat gerechten toch dat Aziatische tintje geeft. Handig om in je keukenkastje te hebben staan!

TIP 2: Ben jij vegetariër en is het schrappen van soja voor te ingewikkeld. Kies er dan voor om in ieder geval bij het ontbijt voortaan alle soja te schrappen in verband met de opname van je medicatie.

alcohol

Alcohol blijft voor veel mensen een gevoelig onderwerp. Oh nee, kom niet aan mijn wijntje. Kom niet aan mijn momentje van ontspanning en/of gezelligheid. En toch ga ik je vragen om de komende weken de alcohol te laten staan. Mocht dit echt niet lukken, beperk je dan tot een à twee glazen per week.

Ik weet het, ik zal met verdomd goede argumenten moeten komen wil ook jíj je wijntje laten staan. Oké, daar gaan we:

  • Alcohol is een zeer belastend gif voor je lichaam. Je lever kiest het afbreken van alcohol altijd als hoogste prioriteit boven al zijn andere taken. Andere werkzaamheden moeten hierdoor wachten, inclusief het afbreken van oude hormonen, zoals oestrogenen, en de omzetting van T4 naar T3. Wist je bijvoorbeeld, dat overschotten aan oestrogeen worden omgezet in taxi’s voor schildklierhormoon? Met een overschot aan taxi’s in je bloed wordt er te weinig meereizende T4 en T3 bij de lichaamscellen afgezet, waardoor je minder werkzaam schildklierhormoon overhoudt.
  • Overmatig alcoholgebruik vermindert de activiteit van het enzym 5’-deiodinase, dat verantwoordelijk is voor de correcte omzetting van T4 naar T3. Alcohol zorgt ervoor dat de verkeerde molecuul wordt afgeknipt, waardoor rT3 ontstaat.
  • Overmatig alcoholgebruik kan ook de afgifte van TSH verminderen, waardoor de schildklier minder signalen krijgt om schildklierhormoon aan te maken.
  • En de klapper van de week: overmatig alcoholgebruik leidt tot cellulaire toxiciteit in de schildklier. In normaal Nederlands betekent dit dat de cellen in je schildklier kapot gaan, waardoor op termijn je schildklierweefsel krimpt. (eeks!)

Wat wel of niet overmatig is, laat ik graag aan jou zelf over. Je weet hoeveel je drinkt en je weet of dit binnen de acceptabele grenzen valt of niet.

Ik weet als geen ander hoe moeilijk het kan zijn om de alcohol te laten staan. Mijn wijntje (of beter gezegd mijn wijntjes) hielp(en) mij in tijden van weinig energie de week door. Door de verdovende werking van de alcohol had ik minder last van mijn pijntjes en klachten en kon ik nog nét even doorgaan om toch die opdracht af te ronden of naar dat etentje te gaan, terwijl ik daar eigenlijk veel te moe voor was.

Alcohol hield me op de been en gaf me net dat zetje om gezellig mee te kunnen draaien in de samenleving. Nu ik beter weet kan ik makkelijker kiezen voor mijn gezondheid en het wijntje vaker laten staan.  Maar ook ik ben niet roomser dan de paus en geniet af en toe van een goed glas wijn. Of twee.

5.4. Ondersteunende voeding bij Hashimoto

Nu we weten welke voedingsmiddelen problemen opleveren voor onze gezondheid, is het tijd om te kijken naar de voedingsmiddelen die onmisbaar zijn voor een efficiënte werking van de schildklier, onze schildklierhormonen en ons immuunsysteem.

Het behoeft geen verdere uitleg dat het eten van voldoende langzame koolhydraten en een gevarieerd aanbod aan eiwitten, zodat je alle soorten aminozuren binnen krijgt, een absolute must is. Zonder deze twee geen energie en geen reparaties en weefselopbouw!

Maar er is natuurlijk meer! Welke specifieke voedingsstoffen extra aandacht verdienen, heb ik hieronder voor je op een rijtje gezet. Bij flinke tekorten aan deze voedingsstoffen kun je overwegen om een supplement te slikken. Zo kun je in korte tijd een ernstig tekort opheffen, waarna je met voeding de boel onderhoudt. Ga nooit op eigen houtje suppleren, maar vraag hulp van je huisarts of een goede orthomoleculair therapeut.

vitamines

Vitamines geven ons leven. Ze zijn belangrijk voor talloze processen in ons lichaam, waarbij iedere vitamine zijn eigen rol vervult. Een aantal vitamines speelt een speciale rol in onze Hashimoto gezondheid.

Vitamine A

Bètacaroteen heeft schildklierhormoon nodig om omgezet te worden in vitamine A. Hierdoor hebben wij vaker een tekort aan vitamine A. En laten we nu juist vitamine A nodig hebben voor de omzetting van T4 naar T3. Bovendien is vitamine A een belangrijke antioxidant die helpt bij de afronding van een ontstekingsreactie. Suppleren met vitamine A is zelden nodig en kan prima met voeding aangevuld worden. Twijfel je over jouw vitamine A status? Laat deze dan controleren!
Vitamine A zit vooral in lever, vis, ei, spinazie, broccoli en wortelen (bètacaroteen).

Vitamine B

De hele vitamine B-familie is erg belangrijk voor ons omdat de B-familie veel rollen vervult in de schildklierwerking. Voor de productie van schildklierhormoon heeft het lichaam het aminozuur L-Tyrosine nodig, wat moet worden omgezet in thyroxine. Om L-Tyrosine zelf aan te maken, is vitamine B2 nodig. Om L-Tyrosine om te zetten in thyroxine is vitamine C nodig. En om vervolgens de 4 jodiumatomen aan de thyroxinemolecuul te koppelen, zijn vitamine B1, B6, B12, C en zink nodig.

Veel mensen met Hashimoto maken in de maag te weinig Intrinsieke Factor aan, waardoor B12 in de darm niet kan worden opgenomen. Het loont zeker om dit te laten testen, omdat een tekort aan B12 veel vermoeidheidsklachten oplevert.

De vitamine B-familie is dus erg belangrijk voor ons. Een goed vitamine B-multi-supplement is aan te raden. Laat je goed informeren welke B-Multi een goede samenstelling heeft. In werkboek zal ik een suggestie doen.

Vitamine D

Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan 90% van de mensen met schildklierproblemen een tekort aan vitamine D heeft. De combinatie van voldoende vitamine A, vitamine D en omega-3 vetzuren (ook wel vitamine F genoemd) zorgt voor de afronding van een ontstekingsreactie. Wanneer ontstekingsreacties niet worden afgebroken, kunnen ze chronisch worden, waardoor ons immuunsysteem altijd aan moet staan.  Om het immuunsysteem tot rust te brengen, moeten we met onze voeding volop inzetten op deze drie krachtpatsers.
Vitamine D zit veel in zalm, makreel en zonlicht (66%).

Voor veel mensen is het aanvullen van vitamine D-levels via voeding en buiten in de zon lopen niet voldoende. Suppleren met een hoogwaardig supplement is dan verstandig (niet een potje van de lokale buurtsuper) zie werkboek module 1 voor een goede variant.

mineralen

Er zijn vijf mineralen onmisbaar voor een goede werking van je schildklier en de aanmaak en omzetting van schildklierhormonen.

Jodium

Voor de aanmaak van T3 en T4 is jodium onmisbaar. De hoeveelheid jodium dat je nodig hebt is echter minimaal. Als je af en toe jodiumrijke voeding eten, zoals zeevruchten en zeewier, houdt je voorraad op peil. Bij een trage schildklier zou je kunnen denken: ik neem een supplement met extra jodium. Dit is bij mensen met Hashimoto juist niet verstandig, omdat een kunstmatig hoge dosis jodium olie op het vuur is voor anti-TPO en zo een ontstekingsreactie kan bevorderen. Wil je meer weten? Lees dan dit artikel.

Mijn advies is daarom: heb jij anti TPO in je bloed? Stop dan met alle supplementen waar jodium in zit.

Selenium

Voor de omzetting van T4 in T3 is selenium nodig. Ook voor het afbreken van een teveel aan jodium is selenium nodig. Een belangrijk mineraal voor Hashimoto-patiënten dus. Helaas hebben velen van ons een tekort aan selenium. Ook seleniumbehoefte kun je met voeding prima op peil houden. Selenium zit in kip, knoflook, mager vlees en orgaanvlees, vis en schelp- en schaaldieren, graanproducten, eieren, broccoli, asperges, tomaten, uien, champignons, zaden en noten. Biologische paranoten zijn een mooie aanvulling om je seleniumniveau te verhogen, maar pas op want sommige paranoten bevatten per noot al de dagelijks aanbevolen hoeveelheid selenium.

Magnesium

Voor meer dan 300 processen in je lichaam is magnesium nodig. Zo ook voor de aanmaak van schildklierhormoon en voor de omzetting van T4 naar T3. Bovendien stimuleert magnesium de stoelgang en bevordert het je slaapkwaliteit.
Magnesium zit in groene groenten zoals spinazie, gedroogde vijgen en pruimen, bananen, avocado, cashewnoten, paranoten, pompoenpitten, rauwe chocolade, amandelen, erwten, bonen, peulvruchten en zaden. Ook kun je epsomzout (magnesium) toevoegen aan een warm bad. Het werkt rustgevend en je vult via je huid meteen je magnesium aan.

Zink

Zink is nodig bij de opbouw van eiwitten en daarmee voor de groei en vernieuwing van weefsel. Zink zorgt ook voor gezonde botten, haar en huid en een goed geheugen. Daarnaast is zink nodig bij de omzetting van T4 naar T3. Uit onderzoek zou blijken dat het toevoegen van zink een stijging van vrije T3, een daling van rT3 en een lager TSH laat zien. Een belangrijk mineraal dus.
Door de verslechterde spijsvertering en chronische stress hebben juist mensen met Hashimoto een tekort aan zink. Zink zit in vlees, vis (haring), schaal- en schelpdieren (zoals garnalen en mosselen), glutenvrije havermout, peulvruchten en rijst.

IJzer

Een ijzertekort kan indirect veroorzaakt worden door een traag werkende schildklier. Met een vertraagde schildklier, vermindert de hoeveelheid maagzuur, waardoor vlees en andere ijzerbronnen slechter verteerd worden. Door een ijzertekort daalt het aantal rode bloedcellen waardoor het transport van schildklierhormoon bemoeilijkt wordt. Bovendien kan ijzertekort vermoeidheidsklachten opleveren. De beste bronnen van ijzer zijn vlees en vleesproducten, aardappelen en groenten. Ga niet lukraak ijzer suppleren, maar meet je bloedwaarden en vraag advies aan een bevoegd therapeut of arts. Als je niet weet wat je doet kun je problemen verergeren! Ijzer kan voeding zijn voor schadelijke virusinfecties! Oppassen dus.

vetten

Eigenlijk zijn alle vetten goede vetten, behalve de transvetten, mits in de juiste verhouding gegeten. De belangrijkste vetten om te kennen, zijn de Omega-3 en Omega-6 vetzuren. Deze twee essentiële vetzuren zijn in de juiste verhouding onmisbaar voor onze energiehuishouding en een goed functionerend immuunsysteem.

Onze celwanden, de celmembranen, bestaan uit een combinatie van Omega-3 en Omega-6 vetzuren. In de juiste verhouding zorgen zij voor een efficiënte aan- en afvoer van voedingsstoffen en afvalstoffen. Wanneer de celmembraan te veel Omega-6 bevat, wordt de membraan stug. Hierdoor krijgt de cel minder voedingsstoffen binnen, kan hij minder goed zijn afvalstoffen kwijt en vervuilt hij vanbinnen. Je energiefabriekjes, je mitochondria, kunnen hierdoor minder goed energie aanmaken, waardoor je je moe voelt.

Ook ons immuunsysteem is afhankelijk van de aanwezigheid van de juiste verhouding Omega-3 en Omega-6 vetzuren. Zo is Omega-6 nodig om een ontstekingsreactie op te starten en Omega-3 om de ontstekingsreactie na afloop weer af te breken. Als er te weinig Omega-3 aanwezig is in verhouding tot Omega-6, zullen de ontstekingsreacties die Omega-6 heeft helpen opstarten niet kunnen worden afgerond. Er ontstaan chronische ontstekingen.

Over wat de juiste verhouding tussen Omega-3 en Omega-6 is, zijn de wetenschappers het nog niet eens. Deze verhouding schommelt tussen de 1:2 en de 1:4. Omdat ons voedingspatroon vol Omega-6 vetzuren zit en we veel te weinig Omega-3 eten, ligt deze verhouding in de praktijk vaak meer in de buurt van 1:20.

Een disbalans tussen Omega-3 en Omega-6 geeft klachten als vermoeidheid, gewichtstoename, slaap- en concentratieproblemen en een verhoogde ontstekingsactiviteit. Het eten van voldoende Omega-3 vetzuren en tegelijkertijd het terugdringen van Omega-6 vetzuren is voor ons dus erg belangrijk.

Omega-3 zit o.a. in vette vis, krillolie, walnoten, lijnzaad en chiazaad. Investeren in een goed Omega-3 supplement is aan te raden.

Omega-6 zit in plantaardige oliën, zoals zonnebloemolie, amandelolie, maïsolie, sojaolie en noten- en sesamolie, en in margarine, halvarine en bak-en-braadproducten. Schrap dus zoveel mogelijk!

antioxidanten

In je cellen vinden continu stofwisselingsprocessen plaats waarbij moleculen met behulp van zuurstof een reactie aangaan. Dankzij deze oxidatieprocessen kunnen onze cellen hun werk doen. Bij een oxidatieproces ontstaan bijproducten, vrije radicalen, die in grote aantallen ontstekingsbevorderend zijn.

Vrije radicalen ontstaan onder andere door straling (zon, zonnebank, radioactiviteit e.d.), luchtverontreiniging en roken, stress en een te veel aan suiker en snelle koolhydraten. We kunnen de schadelijke gevolgen van het oxidatieproces inperken door het eten van voldoende antioxidanten.

Mensen met een auto-immuunziekte hebben meer vrije radicalen in hun lichaam. Het is voor ons dus dubbel zo belangrijk voldoende antioxidanten te eten.

Voedingsmiddelen zoals groente en fruit met felle kleuren bevatten veel antioxidanten, maar ook kruidnagel, kaneel, kurkuma, oregano, noten, bessen en cacao bevatten veel antioxidanten. Ook vitamine A, C, E, Q10, glutathion, flavonoïden, selenium en bètacaroteen zijn antioxidanten. In de Happy Hashimoto recepten zijn uiteraard volop antioxidanten opgenomen.

5.5. Eten volgens jouw Hashimoto Blueprint

Om er echt achter te komen welk voedingspatroon voor jou het best werkt, zul je moeten experimenteren en ervaren wat een ander voedingspatroon voor je doet. Geeft het je energie? Of krijg je juist last van gas of word je somber? Verdwijnen klachten of ontstaan er juist meer?

Om dit uit te vinden kun je een eliminatie dieet volgen. Een eliminatiedieet is geen dieet dat bedoeld is om af te vallen, maar een manier om erachter te komen hoe je op bepaalde voedingstoffen reageert.

Tijdens een eliminatiefase van minimaal 30 dagen (liever 90!) schrap je een aantal voedingsmiddelen, om deze vervolgens een voor een weer aan het voedingspatroon toe te voegen. Het lichaam geeft dan vaak duidelijk aan of het moeite heeft met deze voeding of niet. Tijdens de eliminatiefase worden tegelijkertijd veel helende voedingsstoffen toegevoegd, waardoor het lichaam de bouwstenen krijgt om bepaalde processen weer op te starten of efficiënter uit te kunnen voeren. 

Happy Hashimoto Eliminatie-dieet

Binnen dit programma ga jij in fase III een mini-eliminatiedieet uitproberen. We gaan, als je wilt, gedurende 30 dagen een klein aantal voedingsmiddelen schrappen, waarvan is gebleken dat zij bij het merendeel van de Hashimoto-patiënten problemen veroorzaken.

Met behulp van het speciaal samengestelde recepten e-book kun je gerechten klaarmaken, die boordevol essentiële bouwstoffen zitten om je gezondheid een boost te geven. Zeker als je een gezin hebt kan het aanpassen van voeding een hele stap zijn. In dit programma vind je dan ook alleen eenvoudige recepten voor het hele gezin.

Happy Hashimoto Eliminatiedieet  – wat gaan we eten?

WEL:

  • groenten
  • vers en gedroogd fruit
  • zilvervliesrijst, quinoa
  • peulvruchten
  • vlees
  • vis
  • noten, zaden en pitten
  • vette vis
  • vis- en krillolie
  • walnoten
  • lijnzaad
  • chiazaad
  • eieren
  • kurkuma, kaneel
  • kruiden
  • cacao

NIET:

  • gluten
  • zuivel
  • soja
  • geraffineerde suiker
  • witmeelproducten
  • frisdranken
  • snoep & koek
  • pakjes en zakjes
  • kant-en-klaarmaaltijden
  • volkorenproducten
  • weinig omega 6
  • weinig of geen alcohol

Na deze 30 dagen zou je een aantal van deze voedingsmiddelen een voor een weer kunnen toevoegen. (Ik denk alleen dat je je zoveel beter voelt, dat je ze niet nog niet of zelfs niet meer wilt toevoegen!) Als je de smaak te pakken hebt, nodig ik je uit deze challenge te verlengen naar zestig of zelfs negentig dagen. Je darmen, je lever en je cellen zullen je danken! En je weegschaal ook …

In het recepten e-book staat een uitgebreide uitleg over hoe je deze herintroducties aanpakt.

Andere eliminatie dieten

Er zijn online enorm veel verschillende ‘healing diets’ te vinden. Met ‘healing diets’ bedoel ik de diverse manieren van eten die het lichaam ondersteunen met herstellen. Voor een breder inzicht laat ik er een aantal hier de revue passeren.

FODMAP dieet

Dit dieet wordt vaak aangeraden bij mensen met ernstige darmklachten en veel gasvorming, zoals bij IBS. De afkorting FODMAP staat voor ‘Fermentable Oligosaccharides, Disaccharides, Monosaccharides And Polyols’. Een afkorting voor een groep van koolhydraten, die lastig verteerd kunnen worden, maar wel de perfecte voedingsbodem voor de verkeerde bacteriën vormen. Door voor een periode van 3 tot 6 weken al deze specifieke koolhydraten te schrappen sterven de slechte bacteriën. Na deze periode kun je de FODMAPS weer geleidelijk gaan invoeren. FODMAP koolhydraten komen voor in een groot aantal vruchten, bonen, kolen, zuivel en granen.

Ketogeen dieet

Een manier van eten waarbij het doel is om in ketose te komen. Dit houdt in dat het lichaam voornamelijk vet (ketonen) gebruikt als brandstof voor energieaanmaak, in plaats van glucose uit koolhydraten. Hierbij eet je dus heel erg weinig koolhydraten en heel veel goede vetten. Granen, gluten, aardappels, fruit en peulvruchten worden vermeden, zuivel, noten, groenten, vis en vlees worden wel gegeten.

Alhoewel een ketogeen dieet goed helpt bij het verminderen van lichaamsvet, overgewicht en ontstekingen heeft het voor Hashimoto patiënten mogelijk ook nadelen. Binnen het ketogeen dieet wordt veel zuivel en met name kaas gegeten, wat bij ons een verhoging in anti TPO kan opleveren. Bovendien legt ketogeen eten een extra druk op de lever, omdat dit het orgaan is dat de ketonen moet aanmaken. En wanneer lichaamsvet wordt afgebroken komen er opgeslagen gifstoffen vrij, die eveneens door de lever onschadelijk moeten worden gemaakt. Check dus eerst je leverfunctie voordat je ketogeen gaat eten!

Paleo

Het principe van het Paleo dieet is gebaseerd op de levenswijze van de oermens; in de tijd dat mensen nog jaagden en verzamelden. Deze stroming gaat ervan uit dat onze genen op de oervoeding zijn ingesteld en niet op die van vandaag de dag, waardoor er problemen in de spijsvertering en met het immuunsysteem ontstaan.

Kort gezegd bestaat deze oervoeding uit: Groenten, vis, vlees, eieren, fruit, noten en zaden. Zoals je ziet bevat het dus geen granen, geen melkproducten, geen peulvruchten en geen suiker. Daarnaast bevat het ook geen chemische toevoegingen.

Het Auto-immuun protocol (AIP)

Het AIP heeft overeenkomstige ideeen met Paleo, maar gaat nog een stapje verder. Bovendien is het AIP echt bedoeld als een eliminatiedieet en geen leefstijl.

Het AIP bestaat uit twee fases, de eliminatie fasen en de herintroductie fase. In de eliminatie fase worden o.a. granen, gluten, peulvruchten, zuivel, nachtschades, noten, zaden en eieren vermeden. Als je klachtenvrij bent (voor zover dat mogelijk is) kun je doorgaan naar de herintroductie fase. In principe is het de bedoeling dat je een persoonlijk paleo eetpatroon ontwikkeld.

Mijn advies is om te starten met het Hashimoto Blueprint eliminatiedieet. Geeft dat nog niet voldoende resultaten stap dan over naar de Paleo leefwijze. Is dat ook nog niet voldoende, probeer dan tijdelijk het AIP eliminatiedieet.

5.6. Hashimoto en gewicht

Een tekort aan schildklierhormoon leidt tot een tragere stofwisseling, waardoor je gemakkelijk in gewicht toeneemt. Maar waarom verlies je dit gewicht dan niet zodra je de tekorten schildklierhormoon met medicatie weer aanvult? Het antwoord op deze vraag is niet zo eenvoudig en reikt veel verder dan het aanpassen van je voeding of het volgen van weer een nieuw hip dieet. Tijd voor het hele plaatje.

Waarom kom je makkelijk aan?

Beschikbaarheid schildklierhormonen

De snelheid van de stofwisseling in je cellen wordt door meerdere factoren bepaald. Koorts kan bijvoorbeeld je stofwisseling met 7% per graad temperatuurstijging verhogen en crashdiëten kunnen je stofwisseling juist tot 50% verlagen! Je actieve schildklierhormoon, je T3, bepaalt voor ongeveer 30% de mate van stofwisseling in je cellen.

Als je te weinig T3 beschikbaar hebt om de cellen binnen te gaan, om welke reden dan ook, werkt je stofwisseling dus minder efficiënt. Als je met deze vertraagde stofwisseling hetzelfde blijft eten en op dezelfde manier blijft bewegen als je deed met een 100% werkende stofwisseling, zou dit leiden tot een gewichtstoename van ongeveer 1,5 kilo per maand.

Helaas is het zo dat je met een vertraagde schildklierwerking en minder T3 vaak moe bent en minder kracht en energie hebt om actief te blijven, waardoor je minder beweegt. Hierdoor verbruik je dus ook minder energie, waardoor je veel meer dan die 1,5 kilo per maand aankomt.

Je begrijpt nu denk ik ook waarom velen van ons rond de tijd van diagnose zoveel zijn aangekomen. Maar helaas blijft het hier niet bij. Er is meer aan de hand.

Spijsverteringsproblemen

Een tekort aan schildklierhormoon heeft ook invloed op je spijsvertering. Door de verminderde aanmaak van maagzuur en de vertraagde darmperistaltiek, neem je minder voedingsstoffen op. Ondanks de normale hoeveelheden voeding zullen je hersenen denken dat je tekorten hebt. Ze zullen reageren met het afgeven van een hongersignaal. En inderdaad, hierdoor ga je meer eten.

De voedingsresten die achterblijven in de darm vormen bovendien de perfecte voeding voor de verkeerde bacteriën, waardoor de darmflora uit balans raakt. Deze darmbacteriën leven van glucose en zullen roepen om nog meer koolhydraatrijk eten, waardoor je nog meer snaaineigingen krijgt.

Insulineresistentie

Met al die vraag om glucose is de kans groot dat je steeds meer koolhydraatrijk eten gaat snaaien. Als je cellen langdurig bloot worden gesteld aan grote hoeveelheden insuline (vanwege de hoeveelheid koolhydraten en dus glucose in je bloed), zullen deze cellen weerstand (resistentie) gaan bieden. De cellen blokkeren hun insulinereceptoren, waardoor insuline en glucose minder goed de cellen in kunnen. Hierdoor blijft glucose langer in de bloedbaan cirkelen om vervolgens bij de vetcellen afgeleverd te worden.

Insulineresistentie heeft dus op meerdere manieren een negatieve invloed op ons gewicht:

  • Hoe minder gevoelig de insulinereceptoren van de cellen, hoe meer glucose er in de vorm van glycogeen wordt opgeslagen in je vetcellen.
  • Elke gram glycogeen kan vervolgens ook nog eens 4 gram water vasthouden, waardoor je dus niet 1 gram maar 5 gram opslaat en extra in gewicht toeneemt.
  • Vet wordt opgeslagen als noodreserve. Dit was in de oertijd nodig om in tijden van hongersnood te kunnen overleven. Alleen in nood werden deze voorraden vrijgegeven en dat is nog steeds zo. Zolang er insuline in je bloed circuleert, is er geen vetverbranding.
  • Insulineresistentie heeft invloed op ons eetgedrag. Doordat ook de insulinereceptoren van je hersenen minder glucose binnenlaten, ontstaat in deze cellen een energietekort en wordt er alarm geslagen. Ze zullen vragen om koolhydraten en om cortisol om glycogeen vrij te maken.

Leptineresistentie

Leptine is ons verzadigingshormoon en wordt geproduceerd door de vetcellen. Leptine bindt aan receptoren van de hypothalamus en informeert de hersenen over de stand van onze nood-energievoorraad. Voldoende leptine betekent voldoende vet in voorraad, waardoor de behoefte aan eten verminderd kan worden.

Net als bij insulineresistentie kan een langdurig bombardement aan leptine de receptoren ongevoelig maken, waardoor het signaal dat je genoeg gegeten hebt niet doorkomt. Hierdoor hou je trek en houdt je lichaam meer energie vast.
Omdat je hypothalamus het verzadigingssignaal niet goed binnenkrijgt, zal het denken dat er tekorten zijn en beslissen dat er zuiniger met energie omgegaan moet worden. Hij zal de hoeveelheid schildklierhormoon terugschroeven. Dit doet hij door meer T4 om te zetten in het inactieve rT3 in plaats van in het actieve T3.

Met leptineresistentie is het lastig afvallen. Het is een vicieuze cirkel, omdat leptineresistentie voor overgewicht zorgt en overgewicht weer voor leptineresistentie. De voornaamste oorzaak van leptineresistentie is insulineresistentie

Oestrogeendominantie

Oestrogeendominantie verwijst naar een teveel aan oestrogenen in verhouding tot progesteron in het lichaam. Beide hormonen werken nauw samen en spelen een grote rol in onze vruchtbaarheid en stemming. Als deze twee hormonen uit balans raken, ontstaan er talloze problemen, waaronder neerslachtigheid, vocht vasthouden, migraines en verminderde schildklierfunctie.

Progesteron
Een tekort aan progesteron kan een aantal oorzaken hebben. De natuurlijke aanmaak van progesteron daalt al vanaf het 35ste levensjaar, maar ook ver voor je 35ste kunnen er al tekorten ontstaan. Zo kunnen de eierstokken na een bevalling moeilijkheden ondervinden bij het opstarten van de aanmaak van progesteron, of zorgt het slikken van de anticonceptiepil ervoor dat er helemaal geen progesteron meer wordt aangemaakt. De pil voorkomt dat er een eisprong plaatsvindt tijdens een menstruatiecyclus, terwijl juist na de eisprong progesteron wordt aangemaakt.

Een andere belangrijke factor in een progesterontekort is wat men noemt de ‘pregnenolone-steel’. Pregnenolone is een lichaamseigen stof, waarvan zowel cortisol als ook progesteron wordt gemaakt. Bij chronische stress en bloedsuikerschommelingen is veel cortisol nodig, waardoor er niet voldoende pregnenolone beschikbaar is voor de aanmaak van progesteron.

Oestrogeen
Tegelijkertijd zijn er talloze oorzaken waardoor er teveel oestrogeen in het lichaam aanwezig is. Een oorzaak brengt ons weer terug bij onze vetcellen. Deze maken het enzym aromatase aan, dat testosteron omzet in oestrogenen. Oestrogenen kunnen wij ook binnenkrijgen via chemische stoffen, die zich in ons lichaam als oestrogenen gedragen. Wij noemen deze stoffen xeno-oestrogenen. Ze komen voor in plastic verpakkingen, BPA, pesticiden en cosmetica.

Zoals je ziet, is het niet heel raar dat velen van ons te kampen hebben met oestrogeendominantie. En dat is extra slecht nieuws, omdat dit van grote invloed is op onze schildklierwerking.
Je lever is verantwoordelijk voor de afbraak van oestrogenen die niet langer nodig zijn. Bij grote overschotten oestrogeen zal je lever als oplossing kiezen voor de aanmaak van extra Thyroxine Bindend Globuline (TBG). Deze herken je misschien nog van module 1. Dit zijn de taxi’s die schildklierhormoon aan zich binden en vervoeren door je lichaam. Bij te veel taxi’s is er te weinig vrije T4 en vrije T3 beschikbaar om het werk te doen.

Bij oestrogeendominantie is het extra belangrijk om geen alcohol te drinken. Alcohol wordt door de lever gezien als een groot gevaar en het afbreken ervan heeft altijd prioriteit. Oestrogeen heeft minder prioriteit, waardoor de hoeveelheden oestrogeen ophopen en als noodoplossing omgezet worden in taxi’s.

Stress

We hebben het al uitgebreid over stress en de lichamelijke gevolgen van chronische stress gehad. Voor de volledigheid hoort stress toch ook weer in dit rijtje thuis.

In een stresssituatie maakt je lichaam cortisol aan. Een eigenschap van cortisol is dat het suiker in het lichaam vrijmaakt en afgeeft aan het bloed, zodat je energie beschikbaar hebt om te vluchten. Wanneer deze glucose niet verbruikt wordt of de cellen niet in kan, wordt het opgeslagen als vet, meestal rond de buik. Veel stress kan dus zorgen voor extra vet op je buik! Weer een goede reden om stressreductie serieus te nemen!

Hoe kan ik toch afvallen?

Nu je beter inzicht hebt in de reden waarom je makkelijk aankomt en moeilijk afvalt, is het tijd ons te concentreren op de manieren waarop we ons lichaam kunnen ondersteunen bij het herstellen van de balans. Zodat we eindelijk toch gewicht kunnen gaan verliezen.

Instellen medicatie

Allereerst is het zaak ervoor te zorgen dat je goed bent ingesteld op je schildkliermedicatie. Hoe zien je bloedwaarden eruit en is er ook gekeken naar je vrije T3? Hoe voel je je?

Als je twijfelt of je goed bent ingesteld of misschien toch behoefte hebt aan aanvullende T3-medicatie, maak hier dan werk van. Overleg met je huisarts en endocrinoloog en vraag een nieuw bloedonderzoek aan. Pak module 1 er nog eens bij als je nog twijfels hebt over jouw instelling op je medicatie.

Voeding

Het eten van schadelijke voeding of voedingsstoffen waarvoor je intolerant bent, zorgt voor problemen met de spijsvertering en de opname van voedingsstoffen. In sommige gevallen kan er zelfs schade aan je darmwand ontstaan.

Omdat voedselintoleranties lang niet altijd in testen kunnen worden aangetoond, is het verstandig dit proefondervindelijk te ervaren met behulp van een eliminatiedieet. Als het goed is sta jij op het punt om hier mee aan de slag te gaan!

Je bloedsuikerspiegel is in balans te brengen door het schrappen van alle snelle koolhydraten en deze te vervangen door langzame koolhydraten. Het terugbrengen van het aantal eetmomenten en op nuchtere maag bewegen maken onderdeel uit van deze aanpak. Hiermee ben je als het goed is in module 4 al aan de slag gegaan.

Bewegen

Door op de juiste manier te gaan bewegen, kunnen wij een hoop disbalansen rechttrekken. Zo kan bewegen op de nuchtere maag de overschotten glucose in het bloed wegwerken en gevoeligheid van de insulinereceptoren verbeteren.

Ook maak je door te bewegen extra mitochondria aan. Mitochondria, zijn de energiecentrales in je cellen. Hoe meer mitochondria, hoe meer energie. Bovendien is beweging een goede manier om stress te verlagen.

Voor al deze punten geldt de opmerking dat de vorm van bewegen bepaalt of je inzet vruchten afwerpt of juist tegen je werkt. Meer over de voordelen van bewegen en de juiste manieren van beweging bij Hashimoto lees je in module 7.

Verminderen Xeno-oestrogenen

Xeno-oestrogenen zijn stoffen in het milieu, afkomstig uit de chemische industrie, met een sterke oestrogeenachtige werking. Ze kunnen moeilijk door onze lever worden afgebroken, waardoor er een oestrogeenoverschot ontstaat. Xeno-oestrogenen komen o.a. voor in:

  • Pesticiden en verdelgingsmiddel. Kies daarom altijd voor biologisch voedsel.
  • Eet of drink daarom geen warme voedingsmiddelen uit plastic bekers of bakjes. Of kies voor BPA-vrij plastic.
  • Scan de etiketten daarom op bijvoorbeeld parabenen.

Deze lijst is nog wat langer, maar hier gaan we in module 8 mee aan de slag.

Lief zijn voor je darmen

Door het eliminatiedieet toe te passen, doe je al enorm veel goeds voor je darmen. Ze zullen minder moeite hebben met het verteren van voedsel. Als je tegelijkertijd je stress in de gaten houdt en je eten goed kauwt, ben je al een eindje op weg.

Je kunt je darmen nog een extra handje helpen door bij een antibioticakuur tegelijkertijd een probioticakuur te slikken. Hiermee vul je de goede bacteriën aan. Vraag je apotheek naar een goede probiotica.

Indien je last houdt of het niet vertrouwt, kijk dan eens of een bezoek aan een darmtherapeut iets voor jou is. Door je ontlasting te laten onderzoeken, kun je veel te weten komen over overgevoeligheden, aanwezige infecties en de samenstelling van je darmflora.

Het dichten van je lekkende darm is een voorwaarde voor het tot rust brengen van je immuunsysteem en klachtenverlichting. Je darmen verdienen dus je aandacht.

Dus:

Afvallen is geen kwestie van minder eten, maar van slimmer eten, anders bewegen, beter slapen én anders gaan denken en doen. Je lichaam is een ingenieus geheel en alles is met elkaar verbonden. Door stressreductie op 1 te zetten en je immuunsysteem rust te geven, geef je je lichaam de mogelijkheid in de rest & digest modus te functioneren.

In deze ruststand zet je lever T4 om in T3, waardoor je cellen energie aan kunnen maken en weer gezond kunnen functioneren. Wanneer je energie hebt, denk je anders en is je stemming anders. Je hebt zin om actief te zijn, waardoor je meer mitochondria aanmaakt en in een spiraal omhoog stapt.

Als jouw lichaam en geest samen in balans zijn, komt jouw gewicht ook weer in balans. Afvallen zou daarom niet het doel op zich moeten zijn, maar een graadmeter van hoe het met je balans gesteld is. De weegschaal laat jou simpelweg zien hoe het met je gaat. Hoe harder jij werkt om af te vallen en hoe meer jij baalt van dat lijf, hoe meer het gewicht vast zal houden …

Pak je werkboek er weer bij

Tijd om te ontdekken wat voor type jij bent met grote veranderingen. Ga je er gelijk helemaal voor? Of toch liever in kleine stapjes? Let’s see and find out! 

VRAGEN

info@hashimoto.nl